●Autispec forum ●Autispec chat ●Autispec database ●Autispec weblog
Autisme Autisme (afgeleid van het Griekse woord αυτός, zelf) is een van de vijf pervasieve ontwikkelingsstoornissen (PDD) of autistisme spectrum stoornissen (ASS) die voorkomen in het veel gebruikte Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (→DSM-IV TA), waarin de afgesproken diagnosecriteria worden beschreven voor het diagnosticeren van een psychiatrische stoornis. Vroeger dacht men dat alleen zwakbegaafde mensen autistisch konden zijn. Tegenwoordig heeft het begrip een bredere betekenis en wordt autisme als onafhankelijk van de mate van intelligentie beschouwd. Dit artikel bevat verder enige informatie over het overlappende syndroom van Asperger, alsmede andere stoornissen uit het autistisch spectrum.
Overigens is het zo dat met het woord autisme in de algemene betekenis van het woord, veelal zoniet altijd op ASS wordt gedoeld. Dit terwijl in de engelstalige landen het syndroom van Asperger veelal wordt afgekort met AS, waardoor er een mogelijkheid ontstaat voor enige verwarring. Kenmerken van deze stoornis. Er zijn tekortkomingen op het vlak van:
Communicatie. Kwalitatieve tekortkomingen in de communicatie:
(non-)verbale vaardigheden. Het vermogen om verbale en non-verbale vaardigheden te gebruiken in een sociale context met als doel het uitwisselen van (onderliggende) betekenissen is bij personen met autisme problematisch. Als er ook sprake is van een verstandelijke handicap komt dit vaak nog veel duidelijker naar voren. Bij personen met het syndroom van Asperger of hoogfunctionerend autisme zijn de verbale vaardigheden niet of nauwelijks afwijkend. Voor begeleiders van autisten is het dus noodzakelijk in te spelen op de specifieke problematiek, en niet vast te houden aan het stereotype autist.
Representatie. Personen met autisme kunnen de dingen om zich heen wel benoemen maar hebben moeite met de representatie: ze blijven hangen aan de concrete visuele ervaringen en begrijpen woorden niet of veel minder als de objecten niet concreet aanwezig en waarneembaar zijn. Ze hebben ook moeite met het begrijpen van de wijzigende betekenissen van woorden in veranderende contexten. Ze blijven vaak vasthouden aan hun eerste indruk en begrijpen taal erg moeilijk. Verwijzende woorden, waarbij de betekenis varieert in tijd, ruimte of persoon (zoals ‘morgen’, ‘onder’, ‘ik’) zijn vaak problematisch. Grapjes, uitdrukkingen en gezegden worden niet spontaan correct begrepen en moeten daarom aangeleerd worden.
Beurtrolneming en wederzijdsheid. Mensen met een stoornis in het autismespectrum missen de vaardigheden om taal te begrijpen en te gebruiken in de sociale context. Er zijn ernstige problemen op het vlak van de beurtrolneming (om de beurt wat zeggen in een gesprek) en wederzijdsheid in de gesprekken met anderen. Ze blijven hangen in thema's die verband houden met hun specifieke interesses; het wisselen naar andere gespreksthema's of gesprekspartners verloopt vaak moeilijk.
Echolalie. Echolalie komt vaak voor, zowel in directe als uitgestelde vorm. Echolalie kan non-communicatief zijn (een niet-gerichte expressie of een vorm van zelfregulering) maar ook diverse communicatieve functies vervullen, zoals een bevestiging of een vraagstelling. Echolalie komt vooral voor bij jongere kinderen met een autistismespectrumstoornis (ASS) maar is ook merkbaar bij oudere personen, vooral in situaties met stress.
Gaze-following. Bij jonge kinderen zie je een vertraagde ontwikkeling van het volgen van hoofdbewegingen en de kijkrichting van een andere persoon, de gaze-following. De gewone voorkeur voor het luisteren naar de spraak van anderen ontbreekt eveneens. Verder zijn er afwijkingen in het trekken van de aandacht van de volwassene.
De kwalitatieve tekortkomingen in de communicatie komen al vroeg in de ontwikkeling tot uiting. Personen met een ASS kunnen moeilijk de inhoud en de vormgeving van hun communicatie flexibel aanpassen aan hun gesprekspartner of de context. Ze kunnen onverwachte en onduidelijke wendingen nemen in een conversatie en hun verhaal is vaak associatief en fragmentarisch. Sociale interactie. Er zijn stoornissen in de sociale interacties. De sociale stoornis kan zich heel divers manifesteren. Er worden vier types onderscheiden:
Het afzijdige of inalerte type. Aloof Dit is de klassieke autist, meestal met een verstandelijke handicap. Ze komen onverschillig over tegenover vreemden en leeftijdsgenoten, maar aanvaarden lichamelijke toenadering door wie ze vertrouwen. De omgang met anderen is meestal instrumenteel, in functie van wat ze willen. Ze zullen zelden zelf contact zoeken.
Het passieve type. Personen met dit soort stoornis in de sociale interactie zullen zelf geen initiatief nemen maar volgen wel het verzoek van anderen. Ze zijn bereid te doen wat hen gevraagd wordt, maar van hen kan geen initiatief verwacht worden.
Het actief-maar-bizarre type. Het actief-maar-bizarre active-but-odd type neemt heel actief initiatief tot sociaal contact. De wijze van contactname is echter naïef, vreemd, onaangepast en eenzijdig. Ze praten eindeloos over hun eigen thema’s of interesses, gaan bij het nemen van contact alleen van zichzelf uit en hebben het moeilijk om in hun contactname in te spelen op de gevoelens, behoeften of belangen van anderen. Personen uit deze groep noemt men gedragsgestoord of asociaal. In deze groep komen doorgaans gemiddeld- tot hoogintelligente personen voor.
Het stijf-formalistische of hoogdravende type. Het stijf-formalistische of hoogdravende over-formal, stilted type heeft subtiele sociale problemen, althans aan de buitenkant. Ze zijn overmatig beleefd en vormelijk. Door hun goede intellectuele mogelijkheden weten zij gaandeweg heel wat van die moeilijkheden te compenseren en camoufleren. Deze personen proberen het sociale gebeuren op intellectuele wijze te vatten, ze leren bepaalde sociale regels uit het hoofd en overleven sociale activiteiten op basis van aangeleerde of verworven scripts. Ze missen evenwel de intuïtie, nodig om de subtiliteiten van het intermenselijk verkeer te begrijpen. Gebrek aan empathie en sociale naïviteit kenmerken deze groep het meest.
Verbeelding. De stoornis in de verbeelding is nauw gerelateerd aan de stoornissen in de communicatie en de sociale interactie. Ze uit zich vroeg in de spelontwikkeling. Als het verbeeldingsspel tot ontwikkeling komt, zit er weinig variatie in en het symboliseren blijft beperkt, iets uit het niets voorstellen lukt nauwelijks. Mensen met een ASS komen vaak niet veel verder dan het kopiëren van andermans gedrag zonder een echt begrip van de betekenis en oogmerk van dat gedrag. Ze missen ook het vermogen te anticiperen. Gedrag, interesse en activiteiten. Een beperkt, repetitief en stereotiep gedrags-, interesse- en activiteitenpatroon is het centrale kenmerk van autisme en het gevolg van de hiervoor vermelde drie tekorten. Hoe dit zich uit is erg leeftijds- en IQ-gebonden.
Rituele gedragingen komen vaak voor en zijn het meest intensief gedurende de kindertijd. Personen met een autismespectrumstoornis hebben een weerstand tegen veranderingen, vooral onvoorspelbare en plotselinge veranderingen. Vooral autisten met een verstandelijke handicap kunnen erg dwangmatig vasthouden aan bepaalde gewoontes. Perifere problemen. Daarnaast zijn er bijkomende problemen die niet typisch autistisch zijn maar vaak voorkomen zoals ongewone reacties op zintuiglijke prikkels (hypersensiviteit of hyposensitiviteit), afwijkende motoriek, extreme en schijnbaar onlogische angsten, non-specifieke gedragsproblemen, een disharmonisch ontwikkelingsprofiel en een opvallende vaardigheid op een bepaald vlak (tekenen, musiceren, een geheugen voor data, hoofdrekenen of vroegtijdig kunnen lezen). Personen met een echte savant skill vormen een kleine minderheid.
Daarnaast moet deze stoornis zich uiten in het eerste levensjaar en kan deze niet toe te wijzen zijn aan het syndroom van Rett. Vormen van autisme van zwaar tot mild. De kenmerken van autisme komen niet altijd evenveel voor bij iedere persoon met autisme. Het komt voor dat bepaalde kenmerken bij een groep vaker aanwezig zijn dan andere. Deze kenmerken zijn gebundeld in subtyperingen binnen autisme. Omdat ze toch allemaal autistische trekken vertonen heeft men ze in een overkoepelende naam gevat: de autistismespectrumstoornis (ASS). Onder ASS vallen bijvoorbeeld de Autistische Stoornis, het Aspergersyndroom, het syndroom van Rett, de desintegratieve stoornis van de kindertijd en POS-NOA (Pervasieve ontwikkelingsstoornis, niet anders omschreven, Engelse afkorting PDD-NOS). Het feit dat er een restgroep bestaat geeft al aan met wat voor brede groep kenmerken we van doen hebben.
●Klassiek Autisme (Syndroom van Kanner) ●PDD ●PDD-NOS ●McDD Meervoudige Complexe Ontwikkelings Stoornis Multiple Complex Developmental Disorder ●Atypisch autisme ●Hoogfunctionerend autisme (HFA) ●Syndroom van Asperger
Sommige autisten zijn extreem goed in rekenen of in feiten onthouden. Wanneer de overige autistische kenmerken een ernstig karakter hebben, wordt zo iemand soms met een wat ongelukkige Franse term aangeduid als idiot savant. Ook bij het mildere Aspergersyndroom is dit verschijnsel bekend. Asperger noemde zijn onderzoeksgroep bestaande uit jongens "kleine professoren", waarmee hij bedoelde dat bepaalde vaardigheden sterk ontwikkeld waren, bijvoorbeeld ruimtelijk inzicht. Overige delen bleken minder goed ontwikkeld dan gemiddeld.
Interessant is dat de rechterhersenhelft, waarmee muziek, wiskunde, creativiteit enz. wordt verwerkt en gevormd, bij autisten meer ontwikkeld is dan gemiddeld. De linker hemisfeer is echter minder sterk ontwikkeld. Dit hangt mogelijk samen met een gebrekkiger taalbegrip, maar juist met meer gevoel voor bijvoorbeeld muziek. Dit is dan ook vaak goed te gebruiken als communicatiemiddel (muziektherapie). Praktische beschrijving van autisme. Het is voor de praktijk van belang onderscheid te maken tussen de echte autisten en autistiform gedrag. Autistiform gedrag kan voorkomen bij mensen die min of meer normaal functioneren. Slechts een enkele eigenschap van autisme doet zich bij dergelijke mensen voor. Autistiform gedrag kan hinderlijk zijn, maar behoeft niet direct te leiden tot ongewenste gedragingen. Meestal kunnen dergelijke mensen maatschappelijk min of meer normaal functioneren. Bij autisten ligt dit totaal anders. In zijn zwaarste vorm is autisme een ernstige handicap zowel voor de persoon zelf als voor zijn directe omgeving. De persoon zelf mist elke natuurlijke remming. Hij heeft bijvoorbeeld geen gevoel voor gevaar, schaamte, verhoudingen, etc. Ook is een autist volstrekt op zichzelf gericht. Het gedrag van een autist is egocentrisch. Alles is gericht op eigen 'vermaak'. Herhaling van handelingen (dwangmatig gedrag/preoccupatie) komt bij autisten veel voor en geeft hen ook vaak bevrediging. Tevens hebben autisten voortdurend structuur nodig. Die structuur kunnen ze zelf niet aanbrengen en die moet hen dus door de omgeving worden aangereikt. In het hoofd en de hersenen van een autist is het eigenlijk een chaos. Drukte, onregelmatigheid en veranderingen zijn voor autisten een zware belasting. Verder verschillen de vermogens per autist. Sommigen kunnen niet praten. Anderen kunnen wel praten maar hebben geen inzicht in hun situatie. Sommigen zijn niet zindelijk.
Diagnose. Algemeen. Weinig personen in de psychische hulpverlening (psychiatrie, Centrum voor Geestelijke Gezondheid, Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen ...) zijn op dit moment goed in staat de diagnose van autismespectrumstoornis of ASS (het spectrum van Autistische Stoornis tot de Stoornis van Asperger (de mildste vorm)) correct te stellen.
Hoewel diagnostische instrumenten zoals gedragsvragenlijsten en observatieschalen de betrouwbaarheid verhogen, blijft de juiste diagnose sterk afhankelijk van de klinische ervaring en intuïtie van de diagnosticus in het herkennen van een bepaald gedragspatroon. Met andere woorden, er is nog steeds een aanzienlijk subjectief element in de diagnostiek.
Voor tot de diagnose kan worden gekomen is medische beeldvorming (SPECT-scan, MRI-scan, ...) en gedragsanalyse nodig maar eveneens een uitvoerig bevragen van de ouders of andere betrokkenen (partner, omgeving) over het huidig en vroeger functioneren van de persoon. Er moet voldoende tijd genomen worden om het gedrag uitgebreid te observeren in verschillende contexten en situaties. Het is belangrijk naar de volledige trias van stoornissen te kijken, en zich niet te beperken tot een deel ervan, zoals de communicatie of stereotiep gedrag. De diagnose dient multidisciplinair te gebeuren, niet enkel door een psychiater. Normaal begaafde autisten. Bij veel normaal begaafde personen met autisme wordt de diagnose pas op latere leeftijd gesteld, tijdens of zelfs na de adolescentie.
Ouders en professionele hulpverleners verbinden de term ‘autisme’ nog steeds te veel aan de kenmerken van een Autistische stoornis bij personen met een verstandelijke handicap: opvallende beperkingen in het sociaal contact, weinig of geen gesproken taal, duidelijke motorische stereotypieën en een opvallende weerstand tegen veranderingen. De tekorten vallen pas op in intieme relaties, waar spontaneïteit, inlevingsvermogen en emotionele ondersteuning en wederkerigheid vereist zijn. ‘Offline’-diagnostiek (testen, vragenlijsten) brengt de sociale problemen in het echte leven niet of onvoldoende aan het licht.
Contact:Webmaster Bron: Wikipedia Last updated: 04-03-2006