●Autispec forum ●Autispec chat ●Autispec database ●Autispec weblog
Hoogbegaafdheid Iemand wordt hoogbegaafd genoemd als die een hoge score (bij de 2,5% besten) behaalt op een begaafdheidsproef (intelligentietest). Zwakbegaafdheid ligt aan de andere kant van het gemiddelde, dus bij de 2,5 % zwakst-scorenden. In het onderwijs wordt wel eens de eenvoudige vuistregel gehanteerd: goed kunnen lezen voor het leesonderricht start. Dit is natuurlijk erg onwetenschappelijk omdat een betrouwbare begaafdheidsmeting op die leeftijd voorbarig is, en omdat intelligente dyslectici dan helemaal fout worden beoordeeld. Intelligentietest. Om het overzichtelijk te houden dus een volgens wetenschappelijke criteria opgestelde intelligentietest. En al naar gelang het soort test waarmee gemeten wordt, is dat dus een IQ van meer dan 130, 136, 140, of 142. Gezien deze definitie zijn er dus ook nog eens grote verschillen tussen hoogbegaafden, want wie bij de 0,01 % besten scoort is uiteraard hoger begaafd dan wie net over de grens hoogbegaafden scoort. Relatief. Hoogbegaafdheid (en intelligentie) is een relatief begrip. Bij intelligentiemeting maakt men immers steeds de vergelijking met de normgroep (meestal leeftijdsgenoten van eenzelfde geslacht en taalgroep). Een bepaalde ruwe score op een intelligentietest zal voor een 10-jarige misschien hoogst uitzonderlijk begaafd zijn, terwijl eenzelfde score voor een volwassene maar goed-middelmatig is. Hoogbegaafdheid en intelligentie. Verwarring ontstaat als men intelligentie gaat uitbreiden tot emotionele intelligentie, sociale intelligentie, motorische intelligentie en artistieke intelligentie. (Daarom willen sommige auteurs het liever hebben over hoogintelligent.)
Als men het begrip hoogbegaafdheid wil uitbreiden tot andere gebieden dan de intelligentie kun je beter spreken van getalenteerd op een bepaald gebied. Zo zijn sommige musici, profvoetballers, dichters, uitzonderlijk knap op hun gebied, maar niet noodzakelijk hoogbegaafd in de oorspronkelijke zin van het woord.
Verschil hoogbegaafd en hoogintelligent: hoogintelligent = de mogelijkheden in principe in je hebben. Hoogbegaafd = deze mogelijkheden waar kunnen maken op een zodanige wijze dat de betreffende persoon er zelf ook een goed gevoel bij heeft. In het laatste geval speelt het vermogen zichzelf te kunnen zijn bij zichzelf (i.p.v. het willen voldoen aan het plaatje dat de 'buitenwereld' van hen heeft of het plaatje waarvan de betreffende persoon denkt dat de 'buitenwereld' die heeft) een belangrijke rol. Geschiedenis. Het boekje "Het drama van het begaafde kind" wierp in de zeventiger jaren van de 20e eeuw een geheel nieuw licht op het begrip begaafd. Volgens de auteur Alice Miller zijn begaafde mensen, in tegenstelling tot de meesten, zeer gevoelig voor de belangen en drijfveren van hun omgeving, en neigen zij ernaar, omdat ze alles toch al begrijpen, belangen te verbinden, vaak ten koste van zichzelf (in het bijzonder als kind in een thuissituatie). Oorzaken. Zoals de meeste menselijke kenmerken is intelligentie zowel een kwestie van genen / erfelijkheid als van omstandigheden zoals opvoeding en onderwijs; met een overheersende erfelijke component, geschat wordt dat 80 a 90% erfelijk is.
Bij sommige handicaps of stoornissen als autisme, allergie, ADHD en dyslexie valt hoogbegaafdheid niet zo op. Deze personen zijn heel handig in het compenseren van hun handicap. Mede daardoor valt ook hun handicap minder op. Dit betekent echter niet dat deze personen minder hinder ondervinden van hun handicap. Eerder meer daar hun omgeving minder goed kan begrijpen dat hij/zij een handicap heeft. De handicap is immers niet te zien. Het valt alleen door ander afwijkend gedrag op waardoor zij wel als zonderling worden gezien. "Gewoon raar", omdat zij verder toch een heleboel kunnen. Dit kost de betreffende personen echter veel energie. Over 't algemeen neemt men aan dat er geen verband is en dat autisme en ADHD zowel bij hoogbegaafden, middelmatig begaafden en ook bij zwakbegaafden voorkomt. Mogelijk kunnen deze personen wel proberen hun handicap te compenseren, waardoor of doordat zij op andere gebieden vooruit lopen, bijvoorbeeld meer abstract-visueel redeneren. Asynchrone ontwikkeling. Vrijwel altijd is er sprake van een asynchrone ontwikkeling, dat wil zeggen dat iemand op één of enkele begaafdheidsgebieden (hoog)begaafd is en op andere gebieden lager scoort. Voorbeeld; als er sommige beslist getalenteerde sportmensen op TV geïnterviewd worden is al snel duidelijk dat hun begaafdheid zich beperkt tot hun sport. Da Vinci was niet hoogbegaafd op sportgebied en Johan Cruyff is geen begaafd musicus. Ontdekking en aanpak. Aangezien begaafdheid als persoonlijkheidseigenschap mee ontwikkelt met de totale persoonlijkheid, is een betrouwbare meting niet mogelijk voor de leeftijd van 8 jaar. Het is zelfs riskant een kind al zo vroeg met dat etiket op te zadelen. En het is zeker niet de bedoeling ze systematisch te gaan opsporen.
Het is dus niet abnormaal dat hoogbegaafdheid niet altijd opgemerkt wordt op de basisschool. Mogelijk loopt hij of zij wel voor op het niveau van de gemiddelde leerling en kan mogelijk beter rekenen of heeft een hoger AVI leesniveau. Veel hoogbegaafden willen ook niet "te koop" lopen met hun uitzonderingspositie, en zorgen ervoor niet te zeer op te vallen, zodat ook de citotoets aan het eind van de basisschool de hoge begaafdheid er niet altijd uithaalt. Zo worden zij dus regelmatig "onderpresteerders".
Een echt hoogbegaafde leerling zou in staat moeten zijn om op zijn begaafdheidsgebied een flinke voorsprong te nemen op de gemiddelde leerling. In de praktijk gebeurt dit dus niet altijd. De hoogbegaafde doet vaak andere dingen, zoals de orde verstoren, of dagdromen.
Als hoogbegaafdheid op de basisschool wel ontdekt of vermoed wordt, vraagt dit een bijzondere aanpak. Doorgaans levert dat geen probleem op en vindt de hoogbegaafde genoeg uitdaging in andere dan schoolse taken, krijgt hij/zij op school extra taken of verantwoordelijkheden, of wordt hij/zij betrokken bij het lesgeven zelf, wat zeer verrijkend en zelf-relativerend kan zijn (bijvoorbeeld traaglerenden helpen). Dat gebeurt niet altijd, want klassikaal onderwijs is daar eigenlijk niet echt op ontworpen. Dan kan de hoogbegaafde zich gaan vervelen, met soms storend gedrag tot gevolg.
Tussen pedagogen voert men discussie of het overslaan van één of meer leerjaren dan een goede maatregel is om hoogbegaafdheid op te vangen. Zo is er een voorstel tot de oprichting van "kangoeroe-klassen", waar de leerstof van meerdere jaren in één schooljaar wordt aangebracht. In principe is het intellectueel geen probleem, maar de persoonlijkheidsontwikkeling is meer dan "leerstof verwerken". Bovendien komen deze leerlingen dan als 15-16 jarigen aan de universiteit, en zijn ze misschien vergeten kind te zijn.
Mogelijkheden waar aan gedacht kan worden om deze kinderen toch in hun leergierigheid, begaafdheid, nieuwsgierigheid en creativiteit tegemoet te komen zouden kunnen zijn: Het aanbieden van verdiepende (ontdekken van de materie onder de materie, dat is wat de hb-er uiteindelijk vaak graag wil) leerstof en het aanbieden van verrijkende (het vebreden van de horizon, kijk om je heen en zie, hoor, ruik....) leerstof. Met name gericht op de interessgebieden van het betreffende kind. Beiden zijn uitstekend toe te passen binnen verschillende onderwijsmethoden. Toetsing is ook belangrijk, school is immers om te leren en niet om alleen maar uit je neus te eten of een feestje te bouwen (in je eentje). Een spreekbeurt, een werkstuk, maar ook een knutselwerkstuk, informatie-poster of collage zijn prima middelen om de extra stof te laten uitwerken.
Vergeet niet dat een kind emotioneel toch altijd een kind van zijn/haar leeftijd is! (ook als het kind zogezegd sociaal/emotioneel 'voorloopt').
Na de basisschool komen de hoogbegaafden onder andere op het vwo /gymnasium (Nederland) of in de humaniora (Vlaanderen) terecht. Soms zal zelfs deze onderwijsvorm nog te weinig uitdaging bieden. Ook komt het voor dat hoogbegaafden hun huiswerk niet maken en hun proefwerken niet voorbereiden omdat ze niet gewend zijn aan hard werken/studeren (hoe doe je dat eigenlijk?). Aangezien aan een aantal zaken toch tijd moet worden besteed (minder dan leeftijdsgenoten, maar toch wel een paar uur per dag), leidt dit soms opnieuw tot onderpresteren.
Gevolgen. Positieve gevolgen. Hoogbegaafden zijn vaak de beste van hun groep of klas, op hun terrein van begaafdheid. Ze zullen wedstrijden winnen, toegelaten worden op scholen van hun keuze, mensen zullen naar hen opkijken en hen toejuichen, prijzen en ze zullen het middelpunt van de belangstelling zijn. Hoge begaafdheid kan leiden tot uitzonderlijke prestaties. Het leidt tot een hoge eigenwaarde. In principe is het een positief iets. Ze hebben de luxe hun problemen sneller te kunnen oplossen, zodat ze tijd en energie vrij hebben voor wat ze echt graag doen of zinvol vinden. Ze doen iets sneller, of met minder fouten dan hun referentiegroep. Ook zonder op te vallen of prijzen te halen kunnen ze heel wat realiseren voor zichzelf en de maatschappij. Negatieve gevolgen. Het grootste probleem ontstaat als jongeren ten onrechte het etiket "hoogbegaafd" krijgen opgeplakt, of als hoogbegaafdheid wordt "gebruikt" om andere negatieve eigenschappen als asociaal, arrogant, verwend,... goed te praten. De diagnose moet dus omzichtig en wetenschappelijk verantwoord worden gesteld door een universitair geschoolde psycholoog of een erkende, onafhankelijke dienst, zoals een CLB. Een eerste meting moet minstens éénmaal worden gecontroleerd, liefst door een andere, onafhankelijke onderzoeker. Iemands hoogbegaafdheid "niet erkennen" is een kleiner risico dan iemand ten onrechte hoogbegaafd noemen.
Hoogbegaafdheid komt niet veel voor waardoor hoogbegaafde mensen (en kinderen) een uitzondering zijn. Daar moeten zij en hun omgeving mee leren omgaan. En dat gaat niet altijd (direct) goed. Hoogbegaafdheid wordt niet altijd direct herkend waardoor ze beneden hun niveau worden aangesproken, maar de meeste hoogbegaafden zijn gelukkig begaafd genoeg om dat zelf op te vangen en andere uitdagingen te zoeken. Anderen hebben problemen als ze zich moeten aanpassen aan een gemiddelde. Bijvoorbeeld als er groepsgewijs wordt lesgegeven in bijvoorbeeld het basisonderwijs. Het probleem is dat ze iets geleerd krijgen wat ze al beheersen, zodat ze het nut er niet van inzien, ze zien het als tijdverspilling en proberen de situatie aan te passen; dit wordt niet altijd gewaardeerd door hun omgeving. Een conflict dreigt.
Bij andere problemen als pesten, depressie, Asperger Syndroom vindt men ook soms hoogbegaafdheid. Het is echter onwetenschappelijk die problemen aan de hoogbegaafdheid te wijten. Depressie bijvoorbeeld komt in alle begaafdheidsniveaus voor, waarom zou een enkele hoogbegaafde daar dan aan ontsnappen. Ditzelfde geldt voor pesten, maar het slecht in de groep liggen als gevolg van de hoogbegaafdheid kan wel een oorzaak zijn van gepest worden. Sommige hoogbegaafde kinderen gaan ook uit verveling wel eens over tot pesten. Pesten is echter evenzeer iets van alle begaafdheidsniveaus.
Na het basisonderwijs is het probleem minder groot omdat daarna de kinderen verschillende wegen uitgaan. Voor hoogbegaafden zijn er dan een paar mogelijkheden: VWO's, gymnasia eventueel tweetalig, kunst-, cultuur- en sportklassen. Sommige ASO-scholen voorzien afzonderlijke startklassen of -lesuren voor hoogbegaafden. En daarna zijn de mogelijkheden nog beter met gespecialiseerde scholen en (buitenlandse) universitaire studies, conservatoria, kunstacademie, sportacademie, etcetera. Het is hier van het grootste belang dat de hoogbegaafde voldoende uitdagingen krijgt. Sommige hoogbegaafden combineren gewoon twee studies tegelijk.
Helaas wordt door de meeste werkgevers hier geen rekening mee gehouden. Jonge starters zonder ervaring zullen onderaan moeten beginnen en alle simpele en vervelende klusjes krijgen. Daarnaast worden ze geacht vooral hard te werken, en niet te eigenwijs te zijn. Dat de hoogbegaafde de taken veel sneller af krijgt zal niet ter zake doen: vertrekken vóór 5 uur zal door de rest van de werknemers niet worden gewaardeerd, en zal de hoogbegaafde slecht in de groep doen vallen en leiden tot klachten bij de baas. Omdat de dagen vastliggen van 9 tot 5 (of zelfs langer), wordt de hoogbegaafde "vastgehouden", en krijgt hij ook geen kans of tijd een uitdaging te halen uit andere activiteiten. Verveling ligt op de loer, en uiteindelijk zal het probleem dat zich op de basisschool zich voordeed zich herhalen.
Dit leidt er, paradoxaal, toe dat een grote groep hoogbegaafden, in banen terecht komt die eigenlijk ver beneden hun niveau liggen. Chris Langdan, met een IQ van 195, werkte op het moment dat dit ontdekt werd als uitsmijter in een nachtclub. Omdat, zeker bij de banen op lager niveau, de problemen op de werkvloer zich opstapelen en de hoogbegaafde hierdoor slecht in de groep ligt, bestaat ook het risico dat de hoogbegaafde een persoon van "12 ambachten en 13 ongelukken" wordt. Dit is erg jammer, het bederft de levens van veel hoogbegaafden, en is pure kapitaalvernietiging voor de maatschappij. Ontwijken negatieve gevolgen door de hoogbegaafde leerling. De negatieve situatie leidt tot een vecht- of vluchtreactie. De volgende reacties worden genoemd:
●Tijdens de les met andere zaken bezig zijn. ●Het verbergen van hun bijzondere kwaliteiten; toneel, bijvoorbeeld door aangepast (simpel) taalgebruik, gedrag en prestaties. Onderpresteren; komt veel voor. ●Helpen van andere leerlingen waardoor het minder saai wordt. ●Andere leerlingen, of de docent proberen te betrekken in hun eigen bezigheden; vragen stellen, antwoorden voorzeggen. Afhouden van hun werk. Wordt ook wel getypeerd als druk, agressie of Asperger Syndroom. ●Spijbelen, schooluitval, criminaliteit. ●Vluchten in autistisch gedrag, drugs en alcohol. ●Ontwikkeling van buitenschoolse activiteiten zoals hobby of sport en die wel interessant zijn, schaken bijvoorbeeld. ●Ziek worden; uitslag krijgen buikpijn hebben(etc. etc.)
Ontwijken negatieve gevolgen door de school. ●Communiceren dat hun gedrag niet wordt gewaardeerd; bijvoorbeeld door te pesten. ●Extra werk geven; verrijking, verdieping / verbreding van de leerstof wordt dat genoemd. Ook wel vertraging van de leerling. ●Individueel laten werken in eigen tempo; Montessorionderwijs of bijvoorbeeld via het studiehuis. ●Binnen de klassen verschillende groepen met verschillende stof en tempo laten werken. ●Laten meelopen met hogere groepen of klassen. ●Kangoeroeklassen; plusklasen, snelle leerlingen bij elkaar zetten en in eigen tempo les geven. ●Versnellen; vervroegd doorstromen naar hogere groepen, klassen of niveaus. Dus het kind naar de nieuwe leerstof brengen. ●Vooruit werken De leerstof voor de volgende jaren eerder aan het kind aanbieden. Het kind blijft dan in dezelfde klas / (leeftijds)groep maar leert alvast de stof van de volgende leerjaren. En kan bijvoorbeeld alvast staatsexamen doen. ●In Vlaanderen bestaat de mogelijkheid om via een examencommissie in het basisonderwijs vervroegd door te stromen naar het secundair onderwijs. ●In Nederland zou dit ook wel moeten kunnen, maar dan uiteraard in overleg met de ontvangende school, de ouders en mogelijk de leerplichtambtenaar. Dit is waarschijnlijk niet in procedures vastgelegd en is ad hoc beleid; ter onderhandeling.
Ontwijken negatieve gevolgen door de ouders etc. ●De mogelijkheid geven zich te ontwikkelen door lidmaatschappen van sportverenigingen, clubs, het volgen van naschoolse lessen als Deeltijds kunstonderwijs, een extra vreemde taal, ●Lidmaatschappen van "bibliotheken". ●Ter beschikking stellen van computerfaciliteiten en communicatieapparatuur. ●Sportverenigingen laten hun hoger begaafden in aparte competities spelen en in aparte teams. Vaak zijn er hele "scouting" programma's om hoger begaafden op te sporen. Het doel is hier om in te spelen op, en juist gebruik te maken van, de hoge begaafdheid. In eerste instantie in het belang van de vereniging, maar in tweede instantie ook inhet belang van de betrokkene. ●Ook werkgevers scouten bewust op universiteiten naar hoger begaafden. Uiteraard gedreven door eigen belang.
Mensa. Mensa is een internationale vereniging voor hoogbegaafden. Het is een vereniging die als toelatingseis een IQscore in het 98e of 99e percentiel hanteert. Dit betekent, afhankelijk van de IQtest, dat men minstens 130 dient te scoren. Binnen Mensa organiseert men allerlei activiteiten, en zijn allerlei soorten mensen lid: van accountants en advocaten tot timmermannen tot topwetenschappers tot kleuterjuffen. Iedere hoogbegaafde kan lid worden, en met mensen omgaan die dit ook zijn en met dezelfde problemen kampen. Mensa is echter geen therapeutische vereniging, en evenmin een elitaire denktank. Mensa is in de eerste plaats een gezelligheidsvereniging.
Contact:Webmaster Bron: Wikipedia Last updated: 04-03-2006